Spraak:  DE | FR | NL

Wanneer missionarissen brengers van hoop worden

10.05.2018

Het werk dat onze medebroeders van Mobaye doen, is in de breedste zin des woords een werk van herijking en wederopbouw. In Mobaye is gebrek aan alles. Alles moet opnieuw opgebouwd worden. In deze wanhopige situatie zijn onze medebroeders, zonder voorop gezet plan, tekenen van hoop geworden. Zij zijn alles tegelijk: pastor, veldwerker, humanitair agent, opvoeder, gezondheidswerker en toevluchtshaven voor eenieder.

Groepsfoto met de christelijke gemeenschap van Bandou na een misviering.

Groepsfoto met de christelijke gemeenschap van Bandou na een misviering.

Een land in het centrum van Afrika

De Centraal Afrikaanse Republiek (CAR) is een land dat zich geografisch gezien in het centrum van Afrika bevindt. Haar inwoneraantal wordt geschat op ongeveer 5 miljoen en de oppervlakte van het land beslaat ongeveer 623 000 km2. Het land beschouwt zichzelf als de wieg van de Bantoes. Het grenst in het westen aan Kameroen, in het noorden aan Tsjaad, in het oosten aan Soedan en aan Zuid-Soedan, en in het zuiden aan de Democratische Republiek Kongo en aan de Republiek Kongo.

De Centraal Afrikaanse Republiek beschikt over veel natuurlijke hulpbronnen, zoals uranium, goud, diamanten en olie alsook de mogelijkheid van hydro-electrische energie. Een groot gedeelte van het land is bedekt met tropisch oerwoud, dat nagenoeg nog niet geëxploiteerd wordt. Het land beschikt over zoveel natuurlijke hulpbronnen, dat er totaal geen reden is dat het arm en onderontwikkeld zou moeten blijven.

De tragiek van de CAR is juist dat zij toch een onderontwikkeld land blijft, getekend door jaren van oorlog, geweld en oproer. Het centrale gezag is zeer zwak, zijn autoriteit wordt voortdurend in vraag gesteld. Het heeft niet de middelen om zijn ambities waar te maken en is grotendeels afhankelijk van de hulp van buitenlandse NGO’s, van geldschieters en vooral van de Verenigde Naties om zich te kunnen handhaven als Staat. Bovendien is het land een speeltuin voor enkele vreemde machten, die de CAR lijken te beschouwen als hun privé-jachtterrein.

Wat mij tijdens mijn bezoek opgevallen is, is de massale aanwezigheid van de soldaten van de MINUSCA (blauwhelmen). Zij zijn in de CAR aanwezig om de vrede te handhaven. Men komt deze blauwhelmen overal tegen.

Pater Emeka en de confraters die in Bangui werken, ontmoeten elkaar op de wekelijkse bijeenkomst van de Spiritijnen.

Pater Emeka en de confraters die in Bangui werken, ontmoeten elkaar op de wekelijkse bijeenkomst van de Spiritijnen.

Aankomst

Aangekomen op 17 april in de CAR, heb ik eerst enkele dagen in Bangui, de hoofdstad, doorgebracht, vervolgens in Mobaye, de hoofdplaats van de prefectuur Basse-Kotto. In Bangui werd ik ontvangen door de provinciaal, pater William Docteur, en door enkele spiritijnen die in Bangui werkzaam zijn. Ik heb er alle communiteiten bezocht en de plaatsen waar onze medebroeders werkzaam zijn. Ik heb ook de gelegenheid gehad om aanwezig te zijn bij de wekelijkse samenkomsten van de medebroeders in Bangui. Dit was een belangrijk moment van broederlijk samentreffen en een van de topontmoetingen tijdens mijn bezoek.

Na drie dagen Bangui, ben ik met een vliegtuig van de UNHAS (VN) naar Mobaye gevlogen, waar ik één week heb doorgebracht. Het vliegveld van Mobaye moest vóór de landing van ons vliegtuig en ook bij zijn vertrek door blauwhelmen worden gecontroleerd en bewaakt. In Mobaye leeft en werkt onze Duitse medebroeder Olaf Derenthal. Hij is daar samen met een jonge spiritijnse diaken, Prince. Mobaye ligt op de rechter oever van de rivier Oubangui, tegenover Mobayi-Mbongo, in de Democratisch Republiek Kongo (voorheen Belgische Kongo). Met Olaf heb ik geheel Mobaye doorkruist. Wij zijn ook naar Bandou geweest, een kapel op ongeveer 20 km van Mobaye. Hier zijn veel mensen vermoord. De katechist Faustin heeft er in eens keer vijf familieleden verloren. In deze totaal geplunderde kapel was er sinds een jaar geen eucharistieviering meer geweest. Bij gelegenheid van de bijeenkomst van het Maria-Legioen werd de kapel weer heropend. Wij werden er met gezang en dans ontvangen, waarna wij met de aanwezige mensen de eucharistie hebben gevierd. Het was een heel levende viering.

De dag erop zijn we naar Penge geweest, een bedevaartplaats van Maria op 9 km van Mobaye. Dit centrum is gesticht door een Nederlandse medebroeder, pater Piet de Groot, die er onuitwisbare sporen heeft nagelaten. Het grootste gedeelte van mijn tijd heb ik in Mobaye doorgebracht. Op zondag 22 april hebben wij de H. Mis opgedragen in de parochiekerk van de H. Jozef, te midden van een levende, zingende en dansende geloofsgemeenschap. Ik heb hen in een kort woordje trachten te steunen en bemoedigen. Na de H. Mis hebben wij samen met de parochieraad gegeten.

Warm welkom bij aankomst.

Warm welkom bij aankomst.

Mobaye: theater van bloedige vijandelijkheden

In de Prefectuur van de Basse Kotto en met name in de stad Mobaye, is de militair-politieke situatie erg complex. De Seleka-rebellen zijn deze streek in het begin van het jaar 2013 binnengevallen. Mobaye is toen het theater geweest van bloedige vijandelijkheden. Veel mensen zijn daarbij omgekomen, huizen zijn in brand gestoken, de bewoners zijn massaal de rivier Oubangui overgestoken en zijn naar het buurland Kongo gevlucht. De rebellen konden geheel ongestraft hun verwoestend werk doen en terroriseerden geheel deze stad die in hun handen was gevallen.

Na een periode van vier jaar van dagelijkse plagerijen voor de burgerbevolking, maar van betrekkelijke politiek-militaire kalmte, is het geweld in de Basse Kotto sinds mei 2017 weer opnieuw opgelaaid. Het is allemaal begonnen met het zeer gewelddadig optreden van de rebellen gedurende drie dagen tegen de burgerbevolking van Alindao.

De berichten hierover zaaiden paniek in geheel de Basse Kotto. In Mobaye werden de rebellen ook steeds agressiever. In de omliggende dorpen vormden zich nieuwe groepen van “Anti-Balaka’s” d.w.z. “tegen-rebellen”, verzetsgroepen (die volgens de Seleka-rebellen christelijk waren) en er is heftig gevochten tussen de twee groepen. Hierbij zijn heel wat slachtoffers gevallen onder de burgerbevolking, met als gevolg dat de bevolking zijn toevlucht heeft gezocht in de RDC (Democratische Republiek Kongo). Vanwege de zeer ernstige bedreigingen tegen de Katholieke Kerk, hebben de medebroeders van de spiritijnse communiteit van Mobaye zich ook verplicht gevoeld om naar Kongo te vluchten. Zij zijn daar opgevangen door Mgr. Dominique Bulamatari, bisschop van Molegbe, het Kongolese bisdom aan de overzijde van de rivier. Hij heeft hen gastvrijheid verleend in zijn huis. Vanuit zijn huis in Gbadolite hebben onze medebroeders hun pastorale en humanitaire taak weer opgepakt te midden van de vluchtelingen uit de Centraal Afrikaanse Republiek.

Een verwoest huis wordt herbouwd.

Een verwoest huis wordt herbouwd.

Onze medebroeders doen alles met heel weinig middelen.

De spiritijnse communiteit en de katholieke missie zijn omringd door Seleka-rebellen. Onze medebroeders ontmoeten dagelijks deze gewapende rebellen die in hun directe nabijheid hun kamp hebben opgeslagen (hun hoofdkwartier is nauwelijks 200 m van de missie verwijderd). Op nauwelijks 2 km afstand, vlakbij de prefectuur, bevindt zich de basis van de MINUSCA (Mauritaanse blauwhelmen). Zij worden verondersteld de vrede te handhaven, maar hun aanwezigheid is blijkbaar niet afschrikwekkend genoeg. Veel inwoners van Mobaye verblijven nog in Kongo en steken dagelijks, zelfs meermalen per dag, de rivier Oubangui over om naar school of naar de markt te gaan of om andere redenen.

In deze wanhopige situatie zijn onze medebroeders, zonder voorop gezet plan, tekenen van hoop geworden. Zij zijn alles tegelijk: pastor, veldwerker, humanitair agent, opvoeder, gezondheidswerker en toevluchtshaven voor eenieder. Zij hebben alle christenen bezocht die overal verspreid wonen op de Kongolese oever van de rivier. Zij hebben geluisterd naar hun verhalen, hun moed ingesproken en hen gesteund door met hen samen te bidden en de eucharistie te vieren, altijd in nauwe verbondenheid met de lokale Kerk. Zij zijn vooral werkzaam geweest op het terrein van gezondheidszorg voor vluchtelingen, ontheemden, slachtoffers van oorlogsgeweld. Sinds begin december 2017, heeft er een militair-politieke verandering plaats gevonden in de Prefectuur van de Basse Kotto. De twee elkaar bestrijdende gewapende groepen, de Seleka en de Anti-Balaka, hebben in Mobaye een wapenstilstand afgekondigd.

Deze ontwikkeling heeft de spiritijnse communiteit doen besluiten weer terug te keren naar Mobaye. Hun aanwezigheid en hun inzet worden erg op prijs gesteld. Het “staakt het vuren” houdt in en rond Mobaye nog altijd stand. Toch blijft de situatie onzeker, want het kleinste incident tussen de twee bewapende groepen kan het land weer in vuur en vlam zetten. Tijdens mijn verblijf in Mobaye hebben Olaf en ik de stad in alle richtingen doorkruist. Meerdere keren hebben wij “de Seleka en de Anti-Balaka” ontmoet. Wij hebben contact gezocht met deze krijgsheren. Hun kalasjnikovs altijd binnen handbereik, hebben wij met hen gesproken. Maar hoe kun je omgaan en praten met deze lui, die hebben gemoord, geplunderd en vrouwen hebben verkracht ? Wat kan iemand ertoe brengen om hen de hand te geven ? Zelfs de chef van de Anti-Balaka, Lubangi, heeft me ervan willen overtuigen, dat zij hun land verdedigden en vroeg me vervolgens hen te ondersteunen ! In een eenvoudige manier van omgaan met elkaar zonder wapens blijven onze medebroeders het contact met hen bewaren. Als dit contact verbroken wordt of ophoudt, dan kan het ergste gebeuren.

De kinderen van de kleuterschool van Sint-Jozef’s Kerk.

De kinderen van de kleuterschool van Sint-Jozef's Kerk.

Toen wij op een dag op weg waren naar de sous-prefectuur, trad een 18-jarige jonge man op ons af. Hij sprak ons over zijn problemen en vroeg of wij hem wilden helpen. Hij was namelijk met zijn prauw vanuit Kongo de rivier overgestoken en was aangehouden door een groep Seleka-rebellen, die zijn prauw en zijn spullen in beslag hadden genomen. Nu moest hij 500 francs (ongeveer 75 eurocent) betalen om zijn spullen weer terug te krijgen, maar de jongen had geen geld. Men heeft hem toen naar de stad gestuurd om geld te halen. Hij heeft zich nu tot ons gewend en zijn probleem uitgelegd. Wij hebben hem vergezeld naar de post van de rebellen en wij hebben langer dan een half uur met hen onderhandeld, voordat zij deze jonge man lieten gaan. De rebellen kennen Olaf, maar mij kenden ze niet. Zij hebben mij vervolgens gevraagd waar ik vandaan kwam. Dat heb ik hen uitgelegd. Een van hen vroeg me wat ik voor hen meegebracht had als cadeau en of ik hen materieel wilde ondersteunen. Ik heb hen geantwoord dat ik niets bij me had, waarop hij antwoordde, dat ik hem op zijn minst mijn hemd kon geven ! Werkelijk een surrealistische situatie, maar waar.

Sinds de komst van de nieuwe prefect van de Basse Kotto en de zes sous-prefecten van de prefectuur in januari, constateren wij een zekere toename van een deel van de bevolking, dat terugkeert naar Mobaye-centrum, alsook naar de dorpen in de directe omgeving. Tussen 30% à 40% van de bevolking durft nog niet terug te komen en blijft nog in Kongo. Deze vluchtelingen vinden bij terugkeer hun huizen geheel geplunderd en verwoest. Over datgene wat de rebellen niet hebben meegenomen, hebben de termieten zich ontfermd.

Hier dient te worden vermeld dat de verstandhouding tussen de Sous-Prefect van Mobaye, Mr. Cyrille Lebangue, en de medebroeders spiritijnen uitstekend is. Ik heb meerdere keren de gelegenheid gehad hem te ontmoeten en uitvoerig met hem van gedachten te wisselen. Het ontbreekt deze Sous-Prefect materieel gezien aan alles, maar hij is voor geen kleintje vervaard. Hij doet er alles aan om de vrede te bewaren. De katholieke missie leent hem de auto van de mobiele gezondheidszorg voor zijn noodzakelijke verplaatsingen. U moet weten dat er slechts drie auto’s in Mobaye zijn: één van de katholieke missie, één van de waarnemers van de MINUSCA (blauwhelmen van de VN), en één ten dienste van een project in het kader van de gezondheidszorg.

Pater Emeka met de soldaten van de Verenigde Naties.

Pater Emeka met de soldaten van de Verenigde Naties.

Het helen van de harten

Het werk dat onze medebroeders van Mobaye doen, is in de breedste zin des woords een werk van herijking en wederopbouw. In Mobaye is gebrek aan alles. Alles moet opnieuw opgebouwd worden. Men moet zich bezig houden met het verlenen van noodhulp, met de vorming van catechisten, met de wederopbouw van woningen, het opstarten van de school en het werven van onderwijzers, het opknappen van de gezondheidsstructuren en het functioneren van de mobiele gezondheidszorg, het vervoer van de zieken naar het ziekenhuis in Gbadolite (Kongo). Er is gebrek aan medicijnen, voedsel en hulpmiddelen. Er moet een hulpproject opgezet worden voor de vluchtelingen. De slachtoffers van de opstand in Mobaye hebben materiele en spirituele steun nodig. De zielzorg hier ter plekke kan geen normale zielzorg zijn. Men kan zich afvragen: Moet er geen limiet zijn aan de verzoening ? Hoe de wonden te verbinden van personen die gemarkeerd zijn door geweld en dood ? Hoe kunnen we ook maar de schijn van een normale situatie creëren, terwijl degene die een AK-47 (wapen) heeft koning is? Deze kan doen wat hij wil: doden, verkrachten, stelen. Men is verstoken van vrede en veiligheid, van alle materiele mogelijkheden, van het hoogst noodzakelijke dat een mens nodig heeft om te leven en zich te ontwikkelen.

Pater Olaf en diaken Prince, alsook de andere spiritijnen in de CAR, zetten zich met alle krachten in om harten te helen, mensen weer hoop te geven en huizen te herstellen. Ondanks dat er gebrek is aan alles proberen ze weer uitzicht te bieden aan de mensen die aan hun zorgen zijn toevertrouwd, zowel op spiritueel en educatief gebied als materieel en op het niveau van gezondheidszorg. Zij organiseren lessen en bijeenkomsten van jeugdgroepen om hen op te voeden tot goede burgers en om in harmonie met elkaar samen te leven. Zij zijn actief in de verkennersbeweging, organiseren jeugdkampen waar jongeren elkaar kunnen ontmoeten en leren om vreedzaam samen te leven. Binnen het kader van deze activiteiten bereik je de jongeren van zowel Seleka als Anti-Balaka, christenen, moslims en animisten, om ze van strijders tot vredestichters te maken. Zij organiseren samen met Enfants sans frontières, een nationale NGO die gesteund wordt door UNICEF, een campagne om de mensen bewust te maken van het belang van deze zaak. Men voorziet de kinderen van de noodzakelijke schoolbehoeften. De ouders die alles verloren hebben, zijn niet in staat om het schoolgeld voor hun kinderen te betalen. De katholieke missie schiet het nodige geld voor om de onderwijzers te betalen en de NGO Enfants sans frontières neemt het op zich om dit geld terug te betalen. Dit is een missionaire taak van de eerste orde, die ons aller steun verdient. De mensen die alles verloren hebben, zijn hen erg dankbaar.

Ziehier een beeld van de actuele situatie. Ik geef u een indruk van wat ik gezien heb. Ik ben erkentelijk en vol bewondering voor deze spiritijnse aanwezigheid, waarvan men het belang niet genoeg kan onderstrepen, zoals overigens ook de bijdragen van andere religieuze en humanitaire werkers, voor het welzijn van de bevolking van een land dat hoopvol uitziet naar betere tijden, naar een tijd van vrede en stabiliteit.

Pater Olaf Derenthal en diaken Prince met de Sous-prefect van Mobaye, Cyrille Lebangue.

Pater Olaf Derenthal en diaken Prince met de Sous-prefect van Mobaye, Cyrille Lebangue.

redacteur: P. Emeka Nzeadibe, CSSp

 
 

Zoeken